Voortgang0 / 30
📡 WLD ON6WL · PRACTICUM · SPECTRUM-ANALYSE

Jouw portable onder het mes:
Spectrum-analyse VHF/UHF handportable

Een geleid invulpracticum van meetopstelling tot interpretatie tot conclusie. Je leest een spectrum analyzer af, bereken dBc-waarden, vergelijkt met de Europese norm en leert wat harmonischen zeggen over de spectraalzuiverheid van jouw zender.

Niveau
Gevorderd beginner
Na H01–H11 & H26
Benodigdheden
Spectrum analyzer
Attenuator(s) · VHF/UHF portable
Duur
± 2 uur
Theorie + meting + verwerking
1

Theorievoorbereiding

1.1 Spectrum analyzer vs. oscilloscoop

Een oscilloscoop toont een signaal in het tijddomein: horizontale as = tijd, verticale as = spanning (V). Je ziet hoe het signaal golft door de tijd.

Een spectrum analyzer toont datzelfde signaal in het frequentiedomein: horizontale as = frequentie (Hz of MHz), verticale as = vermogen (dBm). Elke frequentiecomponent verschijnt als een afzonderlijke piek met zijn eigen sterkte. De wiskundige brug is de Fourier-transformatie.

EigenschapOscilloscoopSpectrum analyzer
DomeinTijddomeinFrequentiedomein
Horizontale asTijd (s, ms, µs)Frequentie (Hz, MHz)
Verticale asSpanning (V)Vermogen (dBm)
ToontGolfvorm, faseverschuivingFrequentie-inhoud, harmonischen, spuri
Typisch gebruikSignaalvorm, timingHarmonischen, EMC, spectrale zuiverheid

1.2 Harmonischen — de onvermijdelijke bijproducten

Een ideale zender produceert één zuivere sinusgolf op frequentie f₀ (de grondtoon of draaggolf). In de werkelijkheid zijn transistors, versterkertrappen en andere componenten niet perfect lineair — ze vervormen het signaal een klein beetje. Die niet-lineariteit heeft een wiskundig voorspelbaar gevolg: er ontstaan harmonischen, bijkomende sinusgolven op exacte veelvouden van de grondfrequentie.

Harmonischen — frequenties
fn = n × f₀
f₀grondfrequentie (draaggolf) — de gewenste uitzendfrequentie
nharmonischorde: 2, 3, 4, ... (alleen positieve gehele getallen)
voorbeeldf₀ = 145,500 MHz → 2e harm. = 291,000 MHz · 3e harm. = 436,500 MHz
LET OPDe 3e harmonische van 2m (144–146 MHz) valt in de 70cm-band (430–440 MHz)!
💡 Analogie

Een akoestische gitaar produceert ook boventonen: naast de grondtoon klinken er hogere frequenties mee die de klankkleur bepalen. Bij een zender wil je die boventonen (harmonischen) zo zwak mogelijk houden, omdat ze andere diensten kunnen storen.

⚠️ Spurious emissies ≠ echte harmonischen

Naast echte harmonischen (exact op n×f₀) kan een zender ook spurious emissies produceren op andere frequenties: afkomstig van de interne PLL/VCO-synthesizer, mengproducten of intermodulatie. Een piek op een afwijkende frequentie (meer dan enkele kHz van de verwachte harmonische) is vermoedelijk een spurious emissie. Beide worden door de norm beperkt.

1.3 Wat meet je precies met dBm en dBc?

dBm — absoluut vermogen (t.o.v. 1 mW)
P (dBm) = 10 · log₁₀ (P (mW) / 1 mW)
0 dBm= 1 mW · 30 dBm= 1 W · 37 dBm≈ 5 W · 50 dBm= 100 W
P(mW)terugrekenen: P(mW) = 10 ^ (dBm / 10)
dBc — relatief t.o.v. de draaggolf (carrier)
P (dBc) = P_spurious (dBm) P_draaggolf (dBm)
altijd negatiefeen harmonische is altijd zwakker dan de draaggolf
voorbeeldDraaggolf: −37,73 dBm · 2e harm.: −93,10 dBm → dBc = −93,10 − (−37,73) = −55,37 dBc
intuïtie−55,37 dBc = de harmonische is 344.000× zwakker dan de draaggolf in vermogen
🔑 Waarom dBc onveranderd blijft doorheen een attenuator

Een attenuator verzwakt alle frequentiecomponenten met exact dezelfde factor. Als de draaggolf 40 dB verzwakt wordt, wordt de harmonische ook 40 dB verzwakt — de onderlinge verhouding (dBc) blijft dus identiek. Dit is de reden waarom je met attenuatoren correct kunt meten: dBc = constant ongeacht de attenuatie.

1.4 De regelgeving: van ITU tot CE

NiveauDocumentGrens (2m, ≤25W)
InternationaalITU-R SM.329 — Category BSpurious domain: < −60 dBc
Europees (CEPT)CEPT/ERC Rec. 74-01Implementeert ITU-R SM.329 Cat. B
Europese normETSI EN 301 783< −60 dBc voor alle spurious
EU-richtlijnRED 2014/53/EUEN 301 783 is ondersteunende norm
Certif.CE-markering op toestelConformiteitsverklaring fabrikant

Samengevat: alle ongewenste emissies (harmonischen én spurious) moeten voor amateurradio-apparatuur ≤ 25 W minstens 60 dB zwakker zijn dan de draaggolf.

Begripscheck — vink aan wat je begrijpt

2

Veiligheidsprotocol

⚠️ GOUDEN REGEL — Lees dit vóór elke meting

Sluit nooit een zender rechtstreeks aan op een spectrum analyzer!

De maximale toegelaten ingang van een typische spectrum analyzer (zoals de Siglent SSA3021X) is +20 dBm = 100 mW continu. Dit geldt ook voor piekwaarden. Overschrijd je dit niveau, dan beschadigt de gevoelige ingangs-FET of het ingangsfilter onmiddellijk en permanent — dit is niet repareerbaar in het veld en de schade kost honderden tot duizenden euro.

Een VHF/UHF handportable heeft een zendvermogen van 1 W tot 5 W (+30 tot +37 dBm). Dat is 10 tot 50× het maximum toegelaten ingangsvermogen.

Voorbeeld: Yaesu FT-65, Low Power (nominaal ~500 mW = +27 dBm) Analyzer max. ingang: +20 dBm Verplichte minimale attenuatie: +27 − (+20) = 7 dB → gebruik minstens 10–20 dB marge Veilige keuze bij twijfel: 2× 20 dB attenuator in serie = 40 dB totaal Controle: +27 dBm − 40 dB = −13 dBm ← ruim onder het maximum ✓

Procedure vóór elke meting:
1. Bereken het verwachte ingangsvermogen (zendvermogen − attenuatie in dB)
2. Verifieer dat dit minstens 10 dB onder het analyzer-maximum ligt
3. Verbind de attenuatorketen EERST, zender DAARNA
4. Stel de zender in op het LAAGSTE beschikbare vermogen bij de eerste test

Attenuatoren (verzwakkers): hoe werken ze?

Een attenuator (verzwakker) is een passief weerstandsnetwerk dat het vermogen met een exacte, gekende factor vermindert — zonder de frequentie-inhoud of de onderlinge verhoudingen tussen signaalcomponenten te wijzigen. Attenuatoren zijn gecalibreerd en thermisch stabiel.

AttenuatieFactor (vermogen)Typische uitvoering
10 dB÷10N-type of SMA, compact
20 dB÷100N-type (Microlab, JFW, ...), BNC
30 dB÷1 000N-type, hogere belasting
2× 20 dB (serie)÷10 000 (= 40 dB)Combinatie, meest gebruikte opstelling bij 5W
💡 Rekenen met attenuatoren in dB

Attenuatoren in serie worden gewoon opgeteld: 20 dB + 20 dB = 40 dB totaal. In het lineaire domein zou je vermenigvuldigen: ×100 × ×100 = ×10.000. Het is precies dit gemak waarvoor de dB-schaal bedacht is.

Invul — Veiligheidsberekening voor jouw opstelling
dBm
dBm
dB
dBm
dB (min. 10 dB!)

3

Meetopstelling

Signaalketen — blokdiagram

Zender (DUT)
VHF/UHF portable
Ant. poort
coax
Attenuator 1
−20 dB
N-type of BNC
Attenuator 2
−20 dB
N-type of BNC
coax
Spectrum analyzer
RF INPUT
50 Ω · max +20 dBm
Impedantie: Alle componenten in de keten moeten 50 Ω zijn. De meeste professionele spectrum analyzers, attenuatoren en handportable antenne-aansluitingen zijn 50 Ω. Controleer dit voor onbekende adapters — een impedantiemismatch veroorzaakt reflecties en meetfouten.

Aanbevolen instellingen voor VHF 2m + 70cm span

ParameterAanbevolen waardeReden
Span120 MHz – 450 MHzDekt draaggolf (2m) + 2e harm. (~291 MHz) + 3e harm./spur (~434 MHz)
Reference level−30 tot −40 dBmAanpassen zodat draaggolftop net onder de bovenrand valt
Scale8–10 dB/divisie (LOG)Goed dynamisch bereik zichtbaar
RBW100–300 kHzCompromis: smal genoeg om pieken te scheiden, niet zo smal dat sweep te traag wordt
VBW10 kHz (≈ RBW/10)Ruisvloer glad maken zonder signaaldetails te verliezen
DetectorPeak of RMSPeak voor piekwaarden; RMS voor gemiddeld vermogen
Interne attenuator0 dB (= uit)Externe attenuatoren worden gebruikt; interne att. interfereert met berekening
⚠️ Let op: RBW beïnvloedt dBc-nauwkeurigheid bij FM

Een FM-zender heeft een bepaalde bandbreedte door de modulatie (typisch 8–16 kHz voor smalbandige FM). Als de RBW groter is dan de FM-bandbreedte, vang je meer van het FM-spectrum op in één meetfilter, wat de gemeten draaggolfpiek iets hoger (beter) lijkt. Met een brede RBW (bijv. 1 MHz) kunnen de dBc-waarden voor harmonischen daardoor iets slechter lijken dan de werkelijkheid. Gebruik een RBW van 100–300 kHz als compromis voor VHF metingen.

Invul — Jouw meetopstelling documenteren
dB

4

Het analyzerscherm lezen

Parameters op het scherm — wat betekent wat?

Label op schermBetekenisTypische waarde
Ref −40,00 dBmReferentieniveau = bovenkant Y-as. Pas aan zodat draaggolf net eronder valt.−30 tot −40 dBm
LOG 8 dBVerticale schaalverdeling per rasterrij. Bij 8 dB/div en 10 rijen: 80 dB totaal zichtbaar.8–10 dB/divisie
Att 0,00 dBInterne attenuatie van de analyzer. Houd op 0 dB als je externe attenuatoren gebruikt.0 dB
RBW 300 kHzResolution Bandwidth: breedte van het interne meetfilter. Bepaalt frequentieresolutie en meetsnelheid.100–300 kHz
VBW 10 kHzVideo Bandwidth: bepaalt de smoothing van de ruisvloer. Lagere VBW = stillere, gemiddeldere weergave.10–30 kHz
Start / StopBegin- en eindfrequentie van de weergave (span).120 – 450 MHz
SWTSweep Time: tijd voor één volledige scan. Automatisch bepaald door RBW/VBW/span.0,5 – 2 s

Markeersystemen: absoluut vs. delta

De meeste spectrum analyzers bieden twee soorten markers:

  • Absolute marker (M1, M2, ...): toont de absolute frequentie (MHz) en het absolute vermogensniveau (dBm) van de aangewezen piek.
  • Delta marker (ΔM1, 2Δ1, ...): toont het verschil in frequentie (MHz) en vermogen (dB) ten opzichte van een referentiemarker. Dit is ideaal voor dBc-metingen: zet de referentiemarker op de draaggolf, dan toont ΔM automatisch de dBc-waarde van elke harmonische.
💡 dBc rechtstreeks aflezen via delta-marker

Zet Marker 1 op de draaggolftop. Activeer Marker 2 als delta (2Δ1) en beweeg hem naar de 2e harmonische piek. Het delta-vermogen dat verschijnt is rechtstreeks de dBc-waarde. Controleer: dit getal moet negatief zijn (harmonische is zwakker dan draaggolf). Een positieve waarde betekent dat je markers fout geplaatst zijn.

Invul — Schermparameters noteren
dBm
dB/divisie
dB
kHz
kHz
MHz
MHz
ms

5

Meting — Meetwaarden invullen

Vul hieronder de waarden in die je rechtstreeks afleest van het spectrum analyzer scherm. Gebruik de markers zorgvuldig. Noteer steeds of de waarden absoluut (dBm) of relatief (dBc of dB verschil) zijn.

Gemeten toestel 1

Toestelgegevens

Ruisvloer (noise floor)

📊 Ruisvloer meting
Waarom de ruisvloer meten? De ruisvloer bepaalt de meetdrempel van je opstelling. Pieken die kleiner zijn dan de ruisvloer + ~3 dB zijn niet betrouwbaar meetbaar. Als een harmonische dichtbij de ruisvloer zit, is de waarde indicatief.
dBm
dB

Draaggolf (grondtoon)

📡 Draaggolf — Marker M1 of ΔM1
MHz
dBm
dBm
mW
Opmerking (bijv. afwijking van nominaal zendvermogen, kabelkwaliteit)

Harmonischen en spurious emissies

📊 Invultabel — Meetwaarden per component
Component Verwachte freq. (n × f₀) Gemeten freq. (MHz) Δfreq. t.o.v. verwacht (kHz) Gemeten niveau aan analyzer-ingang (dBm) Afgelezen dBc (delta-marker) Type (harm. / spur)
Draaggolf f₀ = MHz 0 0 dBc (ref.)
2e harmonische 2 × f₀
3e harmonische 3 × f₀
Extra piek 1
Extra piek 2

6

Berekeningen

6.1 Attenuatorcorrectie — werkelijk zendvermogen berekenen

Formule — Werkelijk vermogen aan antenne-uitgang
Pwerkelijk (dBm) = Pgemeten aan analyzer (dBm) + attenuatie (dB)

Voorbeeld: −37,73 dBm + 40 dB = +2,27 dBm
Terugrekenen naar W: 10^(2,27/10) / 1000 ≈ 1,69 mW
⚠️ Afwijking van nominaal zendvermogen — altijd analyseren

Het terugberekende zendvermogen kan afwijken van de nominale spec (bijv. 500 mW voor een "Low Power" instelling). Mogelijke oorzaken zijn: gebruik van de laagste vermogenstrap (sommige toestellen hebben meerdere lage-vermogensstanden), impedantiemismatch aan de antennepoort, verlies in verbindingskabels of connectors, en meetonzekerheid van de attenuatoren zelf (typisch ±1–2 dB per attenuator). Noteer altijd het gemeten werkelijk vermogen, niet het nominale vermogen.

6.2 dBc berekenen (indien geen delta-marker gebruikt)

Formule — dBc (relatieve niveaumaat)
P (dBc) = Pharmonische of spur (dBm) − Pdraaggolf (dBm)

Voorbeeld 2e harmonische:
−93,10 dBm − (−37,73 dBm) = −55,37 dBc

⚠️ dBc is altijd negatief voor harmonischen/spurious. Controleer altijd het teken!
Invul — dBc berekenen en controleren
dBm
dBm
dBc
dBm
dBc
Controle: klopt het berekende dBc met de delta-marker waarden uit Stap 5? Noteer eventuele afwijkingen.
Verificatie en afwijkingen

6.3 Lineaire factor berekenen

Hoeveel keer zwakker is de harmonische dan de draaggolf?

Vermogensfactor uit dBc
Factor = 10 ^ (|dBc| / 10)

Voorbeeld: −55,37 dBc → 10^(55,37/10) = 10^5,537 ≈ 344.000× zwakker in vermogen
Voorbeeld: −71,80 dBc → 10^(71,80/10) = 10^7,18 ≈ 15.000.000× zwakker
Invul — Lineaire factor
dBc
× zwakker
dBc
× zwakker

7

Normtoetsing

🔑 De norm

Volgens ITU-R SM.329 Category B, geïmplementeerd via CEPT/ERC Rec. 74-01 en opgenomen in ETSI EN 301 783 (de geharmoniseerde norm voor commercieel verkrijgbare amateurradio-apparatuur onder de EU RED 2014/53/EU): alle ongewenste emissies in het spurious domein moeten minstens −60 dBc zijn ten opzichte van de draaggolf. Dit geldt voor zenders met een uitgangsver mogen ≤ 25 W.

📋 Normtoetsingstabel — jouw meetwaarden vs. norm
Emissie Gemeten freq. Gemeten dBc Grens (norm) Marge (dBc − grens) Oordeel Opmerking
Draaggolf 0 dBc (ref.)
2e harmonische < −60 dBc
3e harm. / spur < −60 dBc
Extra piek 1 < −60 dBc
Grensgebied: Waarden tussen −60 dBc en −57 dBc liggen binnen de meetonzekerheid van een niet-gecalibreerde opstelling (typisch ±3–5 dB). Rapporteer als "marginaal" of "indicatief boven norm", niet als hard non-conform. Een officiële keuring vereist geijkte apparatuur in een EMC-kamer.
Interpretatie normtoetsing — jouw bevindingen

8

Trend & vergelijking

8.1 Meerdere toestellen vergelijken

De echte kracht van spectrum-analyse komt naar boven als je meerdere toestellen onder dezelfde omstandigheden meet en vergelijkt. Gebruik dezelfde attenuatie, dezelfde instellingen en dezelfde frequentie.

📊 Vergelijkingstabel — meerdere toestellen
Toestel Draaggolf (dBm) 2e harm. (dBc) Norm 2e 3e harm./spur (dBc) Norm 3e Algemeen oordeel

8.2 Trends analyseren — denkvragen

🔍 Trendanalyse
T1. Rangschikking — beste tot slechtste harmonische suppressie
T2. Correlatie met prijsklasse / CE-certificering
T3. Abnormale patronen — 3e harmonische sterker dan 2e?
T4. Interferentierisico — welke band ligt in gevaar?
T5. Meetonzekerheid — wat verklaart afwijkingen van de norm?

9

Conclusie & zelfevaluatie

📝 Conclusie — jouw bevindingen als radioamateur
C1. Samenvatting meetresultaten
C2. Verbinding met dB/dBm theorie
C3. Praktische leerpunten
C4. Beperkingen van deze meting
C5. Eindoordeel per gemeten toestel
ToestelAlgemeen oordeelToelichting (max. 1 zin)
✓ Zelfevaluatie — wat heb ik geleerd?

Referentie — Meetwaarden WLD Workshop (15 mei 2026)

Gemeten met Siglent SSA3021X · 2× 20 dB attenuator in serie · RBW 300 kHz · Span 120–450 MHz

ToestelDraaggolf2e harm. (dBc)3e harm./spur (dBc)Norm 2eNorm 3e
Yaesu FT-65−37,73 dBm−55,37 dBc−71,80 dBc⚠️
Icom (model n.b.)−39,72 dBm−57,33 dBc−69,35 dBc⚠️
Retevis−43,40 dBm−61,01 dBc−59,36 dBc⚠️
Wouxun−39,93 dBm−59,95 dBc−48,82 dBc⚠️
Baofeng−43,39 dBm−45,06 dBc−36,52 dBc
Baofeng UV-5R *−37,95 dBm−38,13 dBc−38,83 dBc

* UV-5R: afwijkende meetinstellingen (Att 10 dB intern, RBW 1 MHz). Waarden indicatief. Norm: ITU-R SM.329 Cat. B / ETSI EN 301 783: < −60 dBc. Meetonzekerheid ±3–5 dB. Geen officiële CE-keuring.

Spiekfiche H26 — Veelgemaakte fouten